Blijf je slapen?
“Fijn dat Anna-Rita komt”. Luca maakt een shake in de keuken, ik rommel aan de keukentafel met een boek, notitieblokje en mijn laptop voor mijn neus.
Ik vertel hem dat ik benieuwd ben wie er met haar mee komt. Hij vraagt of Anna-Rita gevraagd had of ze kon blijven slapen. Ik vertel hem dat ik dat aangeboden heb. “Dat is Italiaans” vindt hij en hij benoemt ook de gastvrijheid van Giovanni. Ik vertel hem dat het eerder onnederlands is. Veel mensen zijn bij ons welkom. Ik vind het een geweldig compliment als iemand bij mij wil blijven slapen. Ontelbaar keren vaak hebben wij dat mogen doen. Mooi.
Minstens zo veel vakanties eerder sliep ik in Rome met David en mijn ouders bij indrukwekkende ooms en tantes. Ook toen zij er niet meer waren was ik welkom bij mijn familie in Bologna en Rome. Zo mooi vind ik het contact van de jongens met Anna-Rita. Zij was, en is nog steeds zo nauw verbonden met David, ome David. Ik ben blij dat zij iets van zijn energie en gestoordheid kunnen ervaren via Anna-Rita.
“We komen met z’n vieren” schrijft Anna-Rita. Toen werden het er vijf … zes en niet veel later waren het er zeven :). “Va bene, nulla problemo, casa grande” schrijf ik haar. Alle tweepersoonsbedden vrijgegeven en nog een bedje op de ‘logeerkamer’. Twee extra matrasjes geleend bij onze buren waarmee Peet en ik tijdelijk de zolder bezetten, tussen elastiekjes, kendama’s en schoen accessoires. Fijn om te zien dat Luca en Gio hier in mee gaan, bedden afstaan en zich verheugen op haar komst.
Wie komt er met haar mee? Heimelijk fantaseer ik over al mijn nichtjes die ik behoudens Anna-Rita maar zo zelden zie. Maar dat is niet meer dan een idee. Het wordt tijd voor een roadtrip met de jongens, tijd voor een Giro di Roma.
Zo grappig, vanochtend ruimde ik mijn boekenbankje op. Peet had hem ooit omgegooid toen ik in het buitenland zat. Naar aanleiding van een boek dat gisteren voorbij kwam in de film On The Road ga ik op zoek naar Proust. Het is een schrijver waar ik nog nooit eerder iets van gelezen heb. Ik had ooit tien zwarte notitieboekjes gekocht; gave kleine ringbandjes met een plastic kaft en een zwart elastiek erom. Ik vroeg me deze week nog af waar ze allemaal gebleven zijn. Zojuist vind ik er een … tussen de boeken én mijn enige Proust, vooralsnog :)
Ik open het blokje waarvan ik weet dat het al in gebruik is genomen omdat het dunner is dan dat het oorspronkelijk was. Agressiepapier. Het opent met allemaal letters uit het Griekse alfabet. Wow, dus al 6 jaar oud. Voorafgaand aan mijn Tour de CE in 2020 dacht ik even snel het Grieks te internaliseren. Kansloos. Ik blader verder en lees enkele citaten waaronder: “Het is een voorrecht om naast iemand te mogen liggen.”

Nog een paar dagen en dan is Casa da Natali totallemente completo. Zaterdag 11 april landen ze. Mooi. Torta.
“… de enige mensen voor mij, zijn de gekken, degenen die gek zijn om te leven, gek om te praten, gek om gered te worden, die naar alles tegelijk verlangen, degenen die nooit geeuwen of iets alledaags zeggen, maar branden, branden, branden als fantastische gele Romeinse kaarsen die als spinnen tussen de sterren uiteenspatten en in het midden zie je het blauwe hartlicht knallen en iedereen gaat: “Awww!”
Jack Kerouac, On The Road
