Kwetsbaar natuurgebied

Gisteren was ik met Addy onderweg, nadat we elkaar bijna drie jaar niet meer hadden gezien of gesproken. Hij is een van de jongens uit mijn jeugd met wie ik een aantal jaren intensief ben opgetrokken. Hij is een jongen met wie ik ook heb gefantaseerd, met name over verre reizen. Het is er nooit van gekomen. Je kent het wel, vriendinnen en zo.

Mensen met wie ik gefantaseerd heb staan mij na, ook al zijn ze veraf, ze zitten in me, egaal waar ze zijn.

Tijd om afstand te nemen.

Mijn leven is te waardevol om me te moeten verantwoorden in een groep waarbinnen ik me niet goed voel. Mijn leven is te kort om mijn tijd te verdoen met – voor mij – loze gesprekken. Dan neem ik afstand, zoals ik ook, enkele jaren geleden, afstand heb genomen van de jongens uit mijn jeugd.
Als je afstand neemt dan kun je de constellatie beter overzien en begrip hebben voor de ander. Ha, ooit, las ik ‘Het Doel’ van Goldberg. Ik zie de fabrieksmanager zitten, op de helling van een berg, van een afstand kijkend naar zijn fabriek. Zijn vragen: “Wat speelt daar. Hoe wil ik hem inrichten?” en “Wat is het doel.”

Een vriend wees mij op een mooi gedicht van Andrade. Een tekst die mij enorm geprikkeld heeft en liet inzien dat ik goed moet voelen waaraan ik mijn tijd besteed; de tijd die dit lichaam mij geeft als drager van het mij. Ik weet – het zeker, denk ik – dat ik eindig ben. Ik heb gezien en kunnen voelen. Dit gedicht was voor mij de aanzet tot het nemen van afstand tot deze groep en ervoor te kiezen om niet langer met ze op reis te gaan.

Toen ik in 2021 schriftelijk helemaal los ging op de Nederlandse bewindvoering kreeg ik van meerdere mensen te horen, waaronder ook van Petra, dat het niet fijn is om te lezen. Enkelen stelden mij de vraag, ook Luca en Gio, waarom ik er, zoveel, over schrijf. Ze pesten mij ermee: “Rutte, Pap?” Ik heb ze uitgelegd. Als je mij vraagt, dan geef ik antwoord. Het gebeurt dat ik door een vraag tot inzicht kom en een tekst wil nuanceren, aanpassen en soms verwijder ik zelfs een bericht. Ik blijf herhalen omdat ik mij altijd blijf verbazen. Je kunt dit zien als een defect, maar het heeft ook vette voordelen. Als ik iets mooi vind dan blijf ik genieten. Als het stinkt, blijf ik benoemen.

Van Addy kreeg ik toen via een privébericht te lezen dat hij vindt dat ik mensen onnodig kwets. Hij reageert de daarmee met name op een bericht waarin ik verwijs naar het Reich* – voor mij het voorbeeld van een fout totalitair regime. Hij stelt dat wij het hierover nooit eens zullen worden. Dit tekstbericht was voor mij geen goede opmaat naar een oplossing die ergens voor ons op tafel zou kunnen liggen. Ik vond het, op dat moment, geen goed startschot voor een dialoog. “Ten aanzien van dit onderwerp spreken we elkaar over twee jaar wel weer” was toen mijn antwoord. Ik had geen behoefte aan een gesprek en besloot het onderwerp te laten liggen. Wij lagen onder vuur van een regering die panikeerde. Geduld. Geen haast.

Toen ik onlangs in Obertauern aan het vieren was raakte ik met Sylvia in gesprek. Ze vertelde over haar afwezigheid omdat ze geen zin had in die onzin. Ze verraste mij en had dit niet achter haar gezocht. Ze vertelde over afgebroken vriendschappen en dat ze met enkelen onder hen weer opnieuw contact had gelegd. Even later stuurde ik Addy een bericht. Of hij zin had in een lange wandeling.

Verantwoord

Gisteren zagen we elkaar, alsof het eergisteren was. Tijd heeft soms een grillig verloop. Voor mij voelde het, zoals verwacht, vertrouwd. We wandelen door een fantastisch mooi heide-, heuvel- en vennengebied, ergens tussen Venlo en Arnhem in. Het is koud. Muts op, handschoenen aan. Hij heeft een hoger tempo; in zijn pas én het woord. Ik probeer te vertragen. Waarom hebben mensen toch altijd zo’n hoog tempo? Gaandeweg de wandeling stoppen we steeds vaker, om elkaar aan te kijken en uit te spreken. Te verantwoorden. Ik gebruik dit mooie woord en vertel hem dat ik vrijwel elk geschreven woord desgewenst had willen – en kunnen – verantwoorden en toelichten. Niet aannemen of bedenken maar bevragen.

Is dat zo?

Addy gelooft in een centrale aanpak van een – benoemde – problematiek. Ik vertel hem dat ik daar ook in geloofde en dat ik het ook begrijp. Het is eenvoudige logica. Mintzberg heeft theorieën, en boeken vol geschreven, over de optimale organisatievorm. Een centraal geleide organisatie is absoluut ;) niet de beste of enige keuze onder alle omstandigheden. Stel je toch eens voor dat de centrale leiding het fout heeft? Zou dat kunnen? Wat gebeurt er dan? En zou het kunnen dat benoemde problemen helemaal geen problemen zijn? Er zijn zo veel voorbeelden voor te vinden, in onze geschiedenis.

De zon schijnt. Ik zie een bankje. Ik wil zitten, niet tegen-over maar naast. Ik heb mijn kookstelletje mee en wil hem verwennen met cappuccino en pannenkoeken. We kijken uit over het water. Terwijl ik mijn keuken uitpak en installeer, vertelt hij over zijn gezin, de reizen die hij met zijn vrouw en kinderen heeft gemaakt én nog wil maken. Simpele reizen want hij is man die zonder luxe kan. Ik weet. Ik ken hem nog van toen. Het wonder in kleine dingen zien zoals die ene meerkoet voor ons, in dat koude water, onderduikend, op zoek naar? Naar wat, Ad?

We leiden verschillende levens, en hebben dezelfde angsten. Angsten over de toekomst voor de kinderen voor wie wij vader zijn. We willen hetzelfde. Fijne ervaringen opdoen, alleen en met elkaar. Is dat het antwoord dat, voor, ons, op tafel ligt? Dan zullen we elkaar tijd moeten geven. Tijd voor een stevige wandeling, een goed gesprek en pannenkoeken. Is het investeren in een vriendschap of aandacht voor jezelf?

Hij oppert het idee om samen te gaan surfen, op het Veluwemeer, kniediep, geschikt voor oude mannen. Hij is bang dat het tegenvalt waarna ik hem vertel dat je surfen nooit verleert. Ik verheug me erop. Al kun je maar een keer planeren, dan is de dag al goed. Ik zorg voor koffie, pannenkoeken én het surfmateriaal. Ik laat je weten als het waait.

NS
Dank je wel Addy, dat je met mij – ik voelde het – tóch daar over dat hekje bent gestapt. Het bordje met de melding: ‘Kwetsbaar natuurgebied’. Ik weet dat je daar geaarzeld hebt, hoewel je niets zei. Ook ik aarzelde, maar op dat moment wilde ik die route graag met je lopen en niet, tijdens ons gesprek, aandacht geven aan het vinden van een alternatieve route. In een review zal ik, deze route ontraden, juist vanwege dat hekje. Beloofd.

NNS
Ik heb een hekel aan hekjes :)

NNNS
Is beleid maken moeilijk? Ik denk, in deze tijd, extreem moeilijk. Het liefste zou ik decennia terug willen beginnen en starten bij mijzelf. Ik stel me voor dat ik omringd ben met gezonde mensen. Mensen die geen pillen of medische zorg nodig hebben omdat ze, toen ze jong waren, hebben geleerd hoe ze hun lichaam moeten verzorgen. Omdat ze weten dat het belangrijk is om dat lichaam met regelmaat te belasten en goed te voeden. Ook gun ik mensen de ervaring van het lezen. Goede historische of levensbeschouwelijke romans. Literatuur is voeding en helpt je te ontwikkelen tot een evenwichtig, gebalanceerd persoon.
Maar dat lukt me niet. Ik kan geen 30 tot 50 jaar terugspringen in de tijd. Ik kan de technologie van nu, die sexy schermen, niet meer uitschakelen. Ik kan het alleen maar, hier en nu, zo goed mogelijk doen, voor mezelf en proberen voorbeeld te geven.

Dus ja, het is heel moeilijk om het als beleidsmaker goed te doen. Toch denk ik dat de Kriegsministers van het vorige kabinet grotesk hebben gefaald. Het had heel veel beter gekund, met de juiste coach. Een persoon die het systeem, het grote geheel, doorziet en overziet.

NNNNS
“Look higher.” Een heerlijk zinnetje dat steeds terugkomt in de vermakelijke film: Hector and the Search for Happiness. “Look higher Hector.”

“Higher than that Hector. More important than what we are searching for is what we are avoiding. Avoiding unhappiness is not the road to happiness.”

NNNNNS
De slachtoffers van toen zijn de daders van nu.” Door te schrijven en via het gesprek probeer ik het aantal slachtoffers te reduceren. Door de mensen om mij heen te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Door ze te vertellen dat ik denk dat ze het op eigen kracht kunnen. Wat kun je zelf en waar kun je je aanpassen, voordat je luistert naar de witte jas, stropdas, pastoor of militair?
Als ik iemand heb gekwetst, dan is het fijn als ik dat van hem of haar te horen krijg. Dan kunnen we er over praten, bij voorkeur, tijdens een wandeling. Ik heb, al-tijd.

NNNNNNS
I want a penis.